Naar de inhoud

BPR of RPR: welk reglement geldt waar?

Op vijf Nederlandse vaarwegen geldt een ander reglement. Het belangrijkste verschil in één zin: onder het RPR wijkt klein altijd voor groot.

Laurens Leeuwenberg · Docent Klein Vaarbewijs, oprichter Vaarbewijsinstituut

Bijgewerkt 4 augustus 20263 min lezen

Kort antwoord: op vrijwel alle Nederlandse binnenwateren geldt het Binnenvaartpolitiereglement (BPR). Op vijf vaarwegen geldt het Rijnvaartpolitiereglement (RPR): de Boven-Rijn, de Waal (tot vlak voor Gorinchem), het Pannerdensch Kanaal, de Neder-Rijn en de Lek (tot Krimpen aan de Lek). Het RPR is strenger voor kleine schepen.

Waarom er twee reglementen zijn

Het RPR is opgesteld door de Centrale Commissie voor de Rijnvaart, waarin Zwitserland, Frankrijk, Duitsland, Nederland en België zitten. Het regelt de doorgaande vaarweg tussen de Noordzeehavens en het Duitse achterland, en is daarom geschreven vanuit de beroepsvaart. Het BPR is geschreven vanuit een gemengd gebruik van het water, met begrip voor elkaar als uitgangspunt.

Het verschil dat er in de praktijk toe doet

In het RPR-gebied moet een klein schip altijd voorrang verlenen aan een groot schip. Er zijn geen omstandigheden waarin dat omdraait. In het BPR-gebied zijn die er wel: een klein schip dat de stuurboordwal volgt heeft voorrang, en in een engte met stroom wijkt zelfs een groot schip als het tegen de stroom in vaart.

Vaar je van de Maas via Sint Andries de Waal op, dan schuif je met één sluis van het ene reglement naar het andere. Voor de rest van je tocht betekent dat: op de Waal blijf je uit de vaargeul en ga je uit de weg, punt.

De overige verschillen op een rij

OnderwerpBPRRPR
Voorrang klein–grootklein wijkt, met uitzonderingenklein wijkt altijd
Engte met stroomtegen stroom wijkt, ook als het groot isklein wijkt voor groot, ook met stroom mee
Vissersschipgeldt als groot schipvalt niet onder die uitzondering
Sleepboot korter dan 20 mgroot zolang hij daadwerkelijk sleeptgroot als hij het volgens certificaat mág slepen
Verlichting kleine motorboot < 7 mrondom schijnend wit licht magboordlichten verplicht, ook onder 7 meter
Klein zeilschip 's nachtsrondom wit licht alleen onder 7 meterrondom wit licht mag, plus tweede licht bij nadering
Reglement aan boordook op kleine schepen, behalve open botenniet verplicht op kleine schepen
Minimumleeftijd roer12 of 16 jaar, afhankelijk van boot16 jaar voor motorschepen
Oplopen door zeilschepenbij voorkeur aan loefzijde, mag anders aan lijverplicht aan loefzijde
B.9-teken bij hoofdvaarwatergeldt voor alle schepengeldt alleen tussen grote schepen onderling

Wat gelijk blijft

De basis verandert niet: dezelfde geluidsseinen, dezelfde betonning, dezelfde grens van 0,5 promille alcohol voor iedereen die de koers of snelheid bepaalt, en dezelfde regels bij slecht zicht. Je hoeft dus niet twee reglementen apart te leren — je leert het BPR en onthoudt waar het RPR strenger is.

Hoe je weet waar je bent

De grens loopt met de rivier mee en niet met de provincie. De Waal wordt bij Gorinchem de Boven-Merwede, en daar geldt weer het BPR. In de vaarwegtabellen van de wateralmanak staat per traject welk reglement geldt; op de kaart zie je de overgang meestal bij een sluis of een splitsing.

Op het examen

Vragen over dit onderwerp bestaan meestal uit een situatie plus de zin "op de Waal" of "op de Maas". Die ene aanduiding bepaalt het antwoord. Lees dus eerst wáár de situatie speelt en pas daarna wat er gebeurt. Meer over de weging in waar de punten liggen, en over de voorrangsvolgorde in voorrang op het water. De verschillen staan met beeld naast elkaar in les 4 van de cursus Klein Vaarbewijs 1.

Onderwerpen

Aanloop

Deze stof zit in het examen

De cursus Klein Vaarbewijs 1 behandelt precies wat het CBR toetst: negen lessen, 2.506 oefenvragen en 29 proefexamens onder examenomstandigheden.