Engtes, oplopen en voorbijlopen
Een engte is een versmalling waar je elkaar niet kunt passeren. Wie voorrang heeft, hangt af van één ding: of er stroom loopt.
Laurens Leeuwenberg · Docent Klein Vaarbewijs, oprichter Vaarbewijsinstituut
Bijgewerkt 4 augustus 20263 min lezen
Kort antwoord: in een engte zónder stroom verleent een klein schip voorrang aan een groot schip. Loopt er wél stroom, dan verleent het tegen de stroom in varende schip voorrang aan het vóór stroom varende schip — ook als het tegen de stroom in varende schip groot is en het andere klein.
Wat telt als engte?
Een engte is een versmalling waar twee schepen elkaar niet gelijktijdig kunnen passeren. Ook deze situaties gelden als engte:
- een sluis of stuw die aan beide zijden boven het water uitsteekt;
- een openstaande brug waar verkeer van twee kanten doorheen moet;
- elke plek waar het bord "ontmoeten en voorbijlopen verboden" staat;
- een doorvaart waarbij aan beide kanten twee groene lichten boven elkaar branden: die geven aan dat de engte onbewaakt is.
Engte zonder stroom
De hoofdregel is de gewone: klein wijkt voor groot. Wie de hindernis aan zijn kant heeft, doet daarbij niet ter zake — een groot schip met een obstakel aan stuurboord houdt gewoon voorrang op een klein schip.
Tussen kleine motorschepen onderling geldt een eigen regel: het schip dat de hindernis aan stuurboord heeft, verleent voorrang. In een versmalde bocht telt de binnenbocht als die hindernis, dus wie de binnenbocht aan stuurboord heeft, wacht. Deze regel geldt alleen tussen kleine motorschepen onderling en tussen roeiboten onderling.
Komt er een klein zeilschip aan dat de engte bezeild heeft — dus er in één rechte lijn doorheen kan zonder te laveren — dan verleent een klein motorschip voorrang. Moet het zeilschip laveren, dan is het niet bezeild en wijkt het zelf.
Engte met stroom
Loopt er stroom, dan draait de logica om: een schip dat tegen de stroom in vaart kan beter stoppen en manoeuvreren dan een schip dat met de stroom mee komt. Daarom verleent het tegen stroom varende schip voorrang aan het vóór stroom varende schip. Dat geldt ook als het tegen de stroom in varende schip groot is.
Let op: dit is een BPR-regel. In het RPR-gebied — Waal, Boven-Rijn, Neder-Rijn, Lek, Pannerdensch Kanaal — geldt hij niet. Daar wijkt een klein schip altijd voor een groot schip, ook met de stroom mee. Zie BPR of RPR.
Op examenplaatjes wijst een pijl met een slinger aan de achterkant de stroomrichting aan. Een pijl zonder slinger is de wind. Dat verschil bepaalt het hele antwoord — kijk er dus twee keer naar.
Voorbijlopen (inhalen)
De oploper loopt in beginsel aan bakboord van de opgelopene voorbij; is er ruimte, dan mag het ook aan stuurboord. De oploper draagt de verantwoordelijkheid: hij mag pas beginnen als hij zeker weet dat het zonder gevaar kan, en het opgelopen schip hoeft geen ruimte te maken die het niet heeft.
Grote schepen kondigen het aan met geluid: twee lange plus twee korte stoten voor bakboord, twee lange plus één korte voor stuurboord. Hoor je dat, geef dan ruimte en houd je koers voorspelbaar — koers houden is nuttiger dan behulpzaam uitwijken op het verkeerde moment.
Kleine zeilschepen onderling lopen bij voorkeur aan loefzijde voorbij, de kant waar de wind vandaan komt. Kan dat niet en aan lijzijde wel, dan mag dat onder het BPR. Onder het RPR is loefzijde verplicht.
Attentie geven in een onoverzichtelijke engte
Nader je een bocht of versmalling waar je niet doorheen kunt kijken, geef dan één lange stoot als attentiesein. Dat is precies waarvoor het bedoeld is, en het is een van de drie seinen die een klein schip moet kunnen geven. Zie de geluidsseinen.
De volledige voorrangsvolgorde staat in voorrang op het water; deze situaties oefen je met beeld in de cursus Klein Vaarbewijs 1.
Onderwerpen
Verder lezen
- Voorrang op het water: wie moet wijken?De meeste voorrangsvragen los je op met drie regels in de goede volgorde. De fout die het vaakst gemaakt wordt: beginnen bij zeil versus motor.
- BPR of RPR: welk reglement geldt waar?Op vijf Nederlandse vaarwegen geldt een ander reglement. Het belangrijkste verschil in één zin: onder het RPR wijkt klein altijd voor groot.
- De geluidsseinen die je echt moet kennenEen geluidssein geef je niet uit beleefdheid maar om een aanvaring te voorkomen. Voor een klein schip zijn er drie die je echt moet kunnen geven.
Aanloop
Deze stof zit in het examen
De cursus Klein Vaarbewijs 1 behandelt precies wat het CBR toetst: negen lessen, 2.506 oefenvragen en 29 proefexamens onder examenomstandigheden.