Is Vaarbewijs 2 moeilijker dan Vaarbewijs 1?
Andere stof, ander type vragen. Wie het lastig vindt, struikelt zelden over de theorie — meestal over het rekenwerk met koersen en getij.
Laurens Leeuwenberg · Docent Klein Vaarbewijs, oprichter Vaarbewijsinstituut
Bijgewerkt 4 augustus 20262 min lezen
Kort antwoord: Vaarbewijs 2 is niet zozeer moeilijker als wel anders. Vaarbewijs 1 vraagt om reglementkennis die je moet kennen; Vaarbewijs 2 vraagt om navigeren, en dus om rekenen, tekenen en interpreteren op een zeekaart. Wie goed is in het eerste vindt het tweede niet automatisch makkelijk, en omgekeerd.
Waar het bij Vaarbewijs 1 op vastloopt
Bij KVB 1 zit de moeilijkheid in de hoeveelheid losse feiten: lichten, tekens, geluidsseinen, voorrangsregels, betonning en de verschillen tussen BPR en RPR. Dat is veel, maar het is te leren met herhaling. Het examen bestaat uit 40 meerkeuzevragen in 60 minuten, waarvan je er 56 van de 80 punten moet halen.
Waar het bij Vaarbewijs 2 op vastloopt
Bij KVB 2 verschuift het accent naar navigatie op ruim water. Denk aan:
- kompaskoersen omrekenen met variatie, deviatie en stroom;
- een positie bepalen uit peilingen;
- getijtabellen lezen en uitrekenen of je over een drempel of onder een brug past;
- zeekaartsymbolen en dieptecijfers interpreteren;
- weerinformatie vertalen naar een besluit: wel of niet oversteken.
Die vragen kun je niet uit je hoofd leren. Je moet ze kúnnen maken, en dat kost oefening met kaart en passer. Wie op de middelbare school hoofdpijn kreeg van sommen, vindt dit het lastigste deel. Wie graag puzzelt, vindt het juist prettiger dan het stampwerk van KVB 1.
Getallen naast elkaar
Het examen KVB 2 is korter dan dat van KVB 1: 25 vragen in 60 minuten, en je slaagt bij 35 van de 50 punten. Minder vragen betekent wel dat elke fout zwaarder weegt. Het examengeld ligt iets hoger dan bij KVB 1.
Wat het in de praktijk moeilijk maakt
Twee dingen, en geen van beide is de stof zelf.
Je oefent minder vanzelf. De reglementen uit KVB 1 zie je elke keer dat je vaart. Getijberekeningen doe je alleen als je op ruim water komt, dus de stof zakt sneller weg tussen leren en examen.
Mensen onderschatten het omdat het "deel 2" heet. Wie KVB 1 in twintig uur haalde, plant voor KVB 2 hetzelfde in en loopt vast op het navigatiedeel. Reken op meer studietijd, niet op minder.
Moet je het doen?
Alleen als je met een vaarbewijsplichtig schip op ruim water komt: IJsselmeer, Markermeer, IJmeer, Waddenzee, Eems en Dollard, Ooster- of Westerschelde. Zie Vaarbewijs 1 of 2 voor die afbakening. Blijf je op rivieren, kanalen en meren, dan is KVB 2 een verrijking, geen verplichting.
Begin je nog aan het eerste, dan is de cursus Klein Vaarbewijs 1 de plek waar de reglementen te leren zijn; de gratis proefles laat zien hoe de vragen eruitzien.
Onderwerpen
Verder lezen
- Vaarbewijs 1 of 2: welke heb je nodig?Het verschil zit niet in je boot maar in je vaargebied. Zeven ruime binnenwateren vragen om Vaarbewijs 2 — de rest van Nederland niet.
- Vaarbewijs 1 en 2 tegelijk halen: verstandig of niet?Achter elkaar leren scheelt aanloop, maar het zijn twee soorten stof. De vraag is niet of het kan, maar of je vaargebied het tweede vaarbewijs vraagt.
- Is er een praktijkexamen voor het vaarbewijs?Nee. Voor het Klein Vaarbewijs bestaat geen praktijkexamen — en dat verklaart meteen waarom een cursus zich op iets anders moet richten dan varen leren.
Aanloop
Deze stof zit in het examen
De cursus Klein Vaarbewijs 1 behandelt precies wat het CBR toetst: negen lessen, 2.506 oefenvragen en 29 proefexamens onder examenomstandigheden.