Wat moet er aan boord liggen — en wat is gewoon verstandig?
De lijst met wettelijk verplichte uitrusting voor een pleziervaartuig is korter dan mensen denken. De lijst met verstandige uitrusting is langer.
Laurens Leeuwenberg · Docent Klein Vaarbewijs, oprichter Vaarbewijsinstituut
Bijgewerkt 4 augustus 20263 min lezen
Kort antwoord: voor een gewoon pleziervaartuig op binnenwater is de wettelijke lijst kort — de zwaarste eisen gelden voor snelle motorboten. Daarnaast stelt de wet eisen aan de inrichting van het schip zelf: reling, voetlijst, zwemtrap, vluchtluik.
Eisen aan het schip
- Voetlijst langs de buitenkant van het gangboord, minimaal 2,5 centimeter hoog, zodat je op een nat en hellend dek niet met je voet over de rand glijdt.
- Reling van minimaal 60 centimeter vanaf het dek. Dat is de beste bescherming tegen overboord slaan; zeiljachten hebben vaak een dubbele draadreling op scepters.
- Zwemtrap, neerklapbaar, met minstens twee treden onder water als hij uitgeklapt is. Zonder die twee treden kom je vanuit het water nauwelijks omhoog.
- Vluchtluik in elke afsluitbare verblijfsruimte, met een opening van minimaal 50 bij 50 centimeter — groot genoeg om er met kleren aan doorheen te komen. Zit het hoog, dan hoort er binnen een opstapje te zijn.
Op een snelle motorboot
Daar is de lijst wél hard: registratiebewijs aan boord, registratieteken aan weerszijden, motoronderbrekingsknop met dodemanskoord om je pols of been, voor iedere opvarende een reddingsvest onder handbereik en een brandblusser van ten minste 2 kilo. Zie snelle motorboot en waterscooter.
Wat verstandig is, ook zonder plicht
- Reddingsvest per opvarende, met het juiste drijfvermogen voor jouw water. Zie reddingsvest of zwemvest.
- Reddingsboei met lijn op een plek waar je hem in één beweging pakt.
- Brandblusser met Rijkskeurmerk, bij de ingang van kajuit of motorruimte, elke twee jaar gekeurd. Zie brand aan boord.
- Lenspomp, bij voorkeur elektrisch met vlotterschakelaar plus een handpomp die je vanuit de kuip bedient. Houd de korf om de aanzuigmond schoon, anders slaat de pomp dicht op het moment dat je hem nodig hebt.
- Anker met voldoende ketting en lijn, ook op een motorboot. Bij motorpech in stroming is het anker je rem. Zie ankeren.
- Radarreflector als je op ruim water komt: zonder reflector is een polyester bootje op een scheepsradar bijna onzichtbaar.
- Kaart of vaaralmanak, ook als je op je telefoon vaart. Batterijen zijn leeg op het verkeerde moment.
- Zaklamp, verplicht bruikbaar als tweede licht op kleine zeilboten en verder altijd nuttig.
Het reglement aan boord
Onder het BPR moet het reglement aan boord aanwezig zijn, ook op kleine schepen — behalve op kleine open schepen zoals een open motorboot, open zeilboot, roeiboot, kano of zeilplank. Een digitale versie die je op elk moment kunt raadplegen voldoet. Onder het RPR geldt die plicht niet voor kleine schepen.
Wat je aan het schip zelf ziet
De rompvorm bepaalt hoe je boot zich in golven gedraagt. Een enkelknikspant beweegt schokkerig en is niet geschikt voor zee. Een multiknikspant loopt soepeler naarmate er meer knikken zijn. Een rondspant met een zware kielbalk herstelt zich het best en is zowel op zee als op binnenwater bruikbaar — al helt hij bij stilliggen meer over als iedereen aan één kant gaat staan.
Voor het milieu geldt een aparte set regels: zie wat je wel en niet mag lozen. De eisen aan uitrusting en inrichting komen terug in les 5 van de cursus Klein Vaarbewijs 1.
Onderwerpen
Verder lezen
- Snelle motorboot of waterscooter: dit is er allemaal verplichtÉén grens van twintig kilometer per uur zet een heel pakket verplichtingen aan. Voor waterscooters en jetski’s gelden bovendien eigen regels.
- Varen bij mist en slecht zichtHet reglement noemt geen aantal meters. Slecht zicht is wat het is — mist, een sneeuwbui, hevige regen — en dan gelden er drie dingen tegelijk.
- Welke lichten voer je 's nachts op een klein schip?Drie toegestane combinaties voor een motorboot, een aparte regeling voor zeilschepen, en één veelgemaakte fout: motor bijzetten verandert je verlichting.
Aanloop
Deze stof zit in het examen
De cursus Klein Vaarbewijs 1 behandelt precies wat het CBR toetst: negen lessen, 2.506 oefenvragen en 29 proefexamens onder examenomstandigheden.