Naar de inhoud

Windkracht 5: wat merk je daarvan op het water?

Je hoeft geen meetinstrument te hebben om windkracht te schatten. Het water zelf laat het zien, en vanaf 6 waarschuwt de Kustwacht.

Laurens Leeuwenberg · Docent Klein Vaarbewijs, oprichter Vaarbewijsinstituut

Bijgewerkt 4 augustus 20262 min lezen

Kort antwoord: de schaal van Beaufort loopt van 0 tot 12 en is af te lezen aan het wateroppervlak. Bij 5 zie je matig lange golven met veel schuimkoppen; bij 6 grote golven met stuifwater — en vanaf windkracht 6 waarschuwt de Kustwacht via de marifoon.

De schaal, in wat je ziet

KrachtAanduidingAan het water te zien
1–2zwakke windkleine, korte golfjes
3–4matige windlanger wordende golven
5vrij krachtige windmatig lange golven, veel schuimkoppen
6krachtige windgrotere golven, witte kammen, stuifwater
7harde windschuim begint te strepen met de wind mee
8stormachtigmatig hoge golven, de kammen beginnen te breken
9stormhoge golven, kammen krullen en rollen, veel stuifwater
10zware stormzeer hoge golven, het oppervlak is wit
11zeer zware stormbuitengewoon hoge golven, lange witte schuimstrepen
12orkaande lucht is gevuld met schuim en stuifwater

Twee ezelsbruggetjes die op het examen helpen: de V van "vrij krachtig" is de Romeinse 5, en in "stormachtig" zit het getal acht.

Wat een windkracht voor jouw boot betekent

De schaal zegt iets over de wind, niet over jouw schip. Dezelfde windkracht 5 is op een kanaal met bomen langs de kant nauwelijks een probleem en op het IJsselmeer een dag om binnen te blijven. Drie dingen bepalen het verschil:

  • Strijklengte. Hoe langer de wind onbelemmerd over water waait, hoe hoger de golven. Een open meer bouwt golven op die op een kanaal niet ontstaan.
  • Diepte. Ondiep water geeft kortere, steilere golven — vervelender dan hogere golven op diep water.
  • Richting ten opzichte van je koers. Wind dwars of van achteren is bij het manoeuvreren lastiger dan wind recht op de kop.

Wind tijdens het afmeren

Bij windkracht 4 en meer bepaalt de wind hoe je aanlegt. De kant waar de wind vandaan komt is hogerwal, de kant waar hij naartoe waait lagerwal — en daar hoort een andere techniek bij. Zie afmeren met wind of stroom. Bij het ankeren geldt hetzelfde: je zoekt de luwte, niet de lagerwal. Zie ankeren.

Waarschuwingen

Vanaf windkracht 6 waarschuwt de Kustwacht via de marifoon. Die waarschuwing geldt voor ruim water; op een beschut kanaal heb je er weinig aan, op het Markermeer alles. Kijk daarnaast naar de luchtdruk: een snel dalende barometer betekent dat er een front aankomt en dat de wind niet alleen sterker wordt maar ook draait.

Waar dit op het examen zit

Windkracht hoort bij het onderdeel vaarwegen en meteorologie: ongeveer 16 van de 80 punten, samen met waterstanden, doorvaarthoogte en het lezen van de kaart. Zie de waterkaart lezen en waar de punten liggen. De schaal van Beaufort staat met de bijbehorende beelden in les 7 van de cursus Klein Vaarbewijs 1.

Onderwerpen

Aanloop

Deze stof zit in het examen

De cursus Klein Vaarbewijs 1 behandelt precies wat het CBR toetst: negen lessen, 2.506 oefenvragen en 29 proefexamens onder examenomstandigheden.