Naar de inhoud

Heb ik een vaarbewijs nodig? Twee grenzen bepalen het antwoord

Vijftien meter lengte en twintig kilometer per uur: aan die twee getallen hangt de hele vaarbewijsplicht. Blijf je er allebei onder, dan mag je zonder papieren varen.

Laurens Leeuwenberg · Docent Klein Vaarbewijs, oprichter Vaarbewijsinstituut

Bijgewerkt 4 augustus 20263 min lezen

Kort antwoord: je hebt een Klein Vaarbewijs nodig zodra je boot langer is dan 15 meter, of zodra hij harder kan varen dan 20 kilometer per uur door het water. Blijft je boot onder allebei die grenzen, dan mag je zonder vaarbewijs varen — wel geldt er dan een minimumleeftijd.

Grens 1: vijftien meter

Bij pleziervaartuigen van 15 tot 25 meter is het Klein Vaarbewijs verplicht, of het nu een motorschip of een zeilschip is. Hoe hard het schip kan varen doet er dan niet meer toe: een zwaar stalen motorjacht van 16 meter dat met moeite 12 kilometer per uur haalt, is vaarbewijsplichtig.

Boven de 25 meter houdt het Klein Vaarbewijs op. Voor pleziervaartuigen van 25 tot 40 meter is het Groot Pleziervaartbewijs nodig, en voor de meeste schepen vanaf 20 meter die bedrijfsmatig varen een (Beperkt) Groot Vaarbewijs.

Grens 2: twintig kilometer per uur

Een klein schip dat sneller dan 20 km/u door het water kan varen, heet in de wet een snelle motorboot. Daarvoor is het vaarbewijs altijd verplicht, ongeacht de lengte. Let op het woord kan: bij een controle telt niet hoe hard je feitelijk voer, maar wat de combinatie van boot en motor bij vol gas haalt. Een rubberboot van 2,5 meter met een buitenboordmotor van 6 pk zit er al overheen.

Het gaat bovendien om de snelheid door het water, niet over de grond. Je gps meet de grondsnelheid; met stroom mee lees je te veel af, tegen de stroom in te weinig. De wet gaat uit van de snelheid ten opzichte van het water.

Waterscooters en jetski's vallen ook onder de snelle motorboten. Daar komt meer bij kijken dan alleen het vaarbewijs: lees wat er nog meer verplicht is op een snelle motorboot.

Wanneer je géén vaarbewijs nodig hebt

De meeste mensen op het Nederlandse binnenwater varen legaal zonder vaarbewijs. Zit je in een boot van minder dan 15 meter die niet harder kan dan 20 km/u, dan is er geen vaarbewijsplicht. Dat geldt voor:

  • vrijwel alle sloepen en tuinboten met een kleine buitenboord- of elektromotor;
  • de meeste zeilboten tot 15 meter;
  • kajuitmotorboten die tegen de 12 tot 15 kilometer per uur lopen;
  • kano's, roeiboten en waterfietsen.

Wel geldt er een minimumleeftijd, en die verschilt per type boot. Zie vanaf welke leeftijd je zelfstandig mag varen.

Het vaarbewijs zegt niets over waar je vaart — behalve op ruim water

Ben je wél vaarbewijsplichtig, dan bepaalt het type vaarbewijs waar je mag komen. Met Klein Vaarbewijs 1 vaar je op rivieren, kanalen en meren. Voor de ruime binnenwateren — IJsselmeer, Markermeer, IJmeer, Waddenzee, Eems en Dollard, Ooster- en Westerschelde — is daarnaast Klein Vaarbewijs 2 vereist. Welke van de twee jij nodig hebt, staat in Vaarbewijs 1 of 2.

Twee dingen die vaak door elkaar lopen

Vaarbewijs en registratie zijn niet hetzelfde. Een snelle motorboot moet ook geregistreerd zijn bij de RDW, met het registratieteken aan beide zijden van de romp en het registratiebewijs aan boord. Dat staat los van je vaarbewijs.

De schipper hoeft niet de stuurman te zijn. Schipper is degene die de leiding heeft. Op een vaarbewijsplichtig schip moet er een schipper met vaarbewijs aan boord zijn; die hoeft niet zelf aan het roer te staan, maar blijft wel eindverantwoordelijk. Op een snelle motorboot moet de bestuurder zelf het vaarbewijs hebben.

Twijfel je nog?

Meet je boot en zoek in de papieren van boot en motor op wat de combinatie haalt. Kom je precies rond de 20 km/u uit, ga dan uit van vaarbewijsplichtig: bij een controle wordt gekeken naar wat het schip kan, niet naar wat jij deed. Wat het je kost als die inschatting misgaat, staat in de boete voor varen zonder vaarbewijs.

Blijkt het vaarbewijs verplicht, dan is de theorie in ongeveer twintig uur te doen. In de online cursus Klein Vaarbewijs 1 staat precies de stof die het CBR toetst, en je kunt eerst een gratis proefles doen om te zien of het je ligt.

Aanloop

Deze stof zit in het examen

De cursus Klein Vaarbewijs 1 behandelt precies wat het CBR toetst: negen lessen, 2.506 oefenvragen en 29 proefexamens onder examenomstandigheden.